Onafscheidelijk waren ze aan boord. Ze hadden precies dezelfde humor. Nu de volgende generatie op het KIM is gestart, stralen ze beiden van trots.
Toen: zat bij de nautische dienst
Nu: forensisch onderzoeker bij de Politie Eenheid Rotterdam
Missies: Joegoslavië (1993, 1995, 1996), Kosovo (1999), Albanië (1999)
Guusje over Renate: ‘Zij heeft een heel aanstekelijke lach.’
Guusje: ‘Dat Renate nog scheepszwemmer was. Zij moest bij een bepaald signaal zo snel mogelijk op het dek staan in haar zwemmerspak, met een rubberboot. Ik kan je vertellen dat dat soms hilarisch was om te zien. Ik stond al op het dek voor mijn werkzaamheden en zij moest dat strakke rubberpak dan nog aan zien te krijgen. Briljante beelden die op mijn netvlies staan. Als je dag en nacht samen bent en maandenlang op zee zit, ontstaat er een band die je alleen met je buddy’s aan boord kunt opbouwen.
‘De geur van de marine: grijze verf, lijnolie, trossen en gewoon de algemene geur van het kabelgat. Die vergeet je nooit meer. Het beeld dat bij mij meteen weer boven komt is samen op het dek in het zonnetje onderhoud plegen aan het schip. Dat waren mooie tijden.’
‘Dat het leven niet altijd makkelijk is, maar dat je door te blijven knokken komt waar je wilt wezen.’
“Haar geheime kracht is dat ze na elke val weer opstaat en er sterker uit komt.”
‘Stoer, sterk en lief. Haar geheime kracht is dat ze na elke val weer opstaat en er sterker uit komt. Daar heb ik enorm veel respect voor.’
‘Ik hoop dat we nog steeds contact hebben en af en toe samen in een kano op de Zevenhuizerplas zitten. Alhoewel ik bang ben dat de kano tegen die tijd misschien is verwisseld voor een rollator.’
‘Nog een keer terug naar een buitenlandse haven waar we plezier hebben gehad samen, bijvoorbeeld Kreta.’
Toen: zat bij de nautische dienst
Nu: ABC-zwemjuf en reservist marine
Missies: Joegoslavië (1993, 1995, 1996)
Renate over Guusje: ‘Zij is mijn zeezus.’
Renate: ‘Toen ik in 1993 aan boord kwam van de Van Heemskerck, zat Guusje er al. Wij werkten bij de nautische dienst, we deden in de haven het schilderwerk binnen en buiten. Dan stonden we op een stelling op een vlot naast het schip. Eerst het roest eraf schrapen en dan met potten grijze verf in de weer. Je werkte met je handen en ondertussen kon je veel lol maken. Guusje en ik hadden gelijk een klik. Haar humor is echt Rotterdams. Wij hadden allebei zoiets van kom maar op, we kunnen de wereld aan.
‘Hadden we een feest in het manschappenverblijf, dan maakten we voor mij een pruik van stukken touw in een hoed. Ik had dan ook lang haar. Inmiddels heeft Guusje juist kort haar en is mijn haar lang.’
“De geur van peut brengt me terug in de tijd.”
‘De geur van cola-vieux, mijn drankje in die tijd. En de geur van peut (terpentine), die stond in het kabelgat opgeslagen. Guusje was verantwoordelijk voor de schippersbergplaats. Af en toe ging ik daar een dutje doen. Als ze dat door had, maakte ze meteen een foto.
‘Ik denk de opvoeding van de kinderen. Je drilt ze nog net niet, maar bij het opruimen en schoonmaken ligt mijn lat hoog. Even “schoon schip maken” tot de boel aan kant is.’
‘We zien elkaar niet vaak, maar volgen elkaar via social media. Mijn oudste dochter zit nu op het KIM, daar is Guusje bijna net zo trots op als ik. Wij weten gewoon precies waarom een jonge vrouw voor de marine kiest. Zelf ben ik sinds kort ook terug bij de marine als reservist.’
Dit artikel verscheen ook in Checkpoint 06/2025.