20 januari 2021


Piet van Eekelen (62)
‘Tot tien jaar geleden voelde ik me geen veteraan. Ik had enkel contact met maten van toen. Tot ik toch een keer naar een veteranendag ging. Ik ontmoette mensen met wie het niet echt lekker ging. Een aantal was echt aan lager wal geraakt. Natuurlijk wilde ik hen graag helpen. Ik meldde me aan voor de cursus tot nuldelijner. Ik ga vaak op huisbezoek bij mensen die aan de bel trekken. Het helpt dat ik veteraan ben: veteranen onder elkaar hebben sneller een klik.’

Adri Ekstijn (66)
‘Ondanks dat ik zelf geen veteraan ben, voelde ik me er direct op mijn plek. Gelukkig werd geaccepteerd dat ik geen veteraan ben. Een of twee keer per week ga ik naar plekken waar veteranen elkaar ontmoeten. Via mijn huisarts word ik ingezet als nuldelijnsondersteuner. Door hem ben ik nu zo’n twee jaar buddy voor een veteraan. Het klikt goed tussen ons en er is vriendschap ontstaan. Hij woont om de hoek en we praten veel. Het gaat de laatste tijd steeds beter met hem. Dat is fijn om te zien en – misschien gek – ook een soort van beloning. Het buddy zijn brengt mij ook veel. Het is een fijn gevoel om iemand te kunnen ondersteunen.’

Eric Bovelander (60)
‘Toen ik op enig moment afgekeurd was, bleef ik de drang houden om er te zijn voor anderen. En zo is het gekomen dat ik nu zelf veteranen bijsta. Ik wil ze graag terugzetten in hun eigen kracht. Ik ben niet van het pamperen, ik neem geen problemen over, maar wil ze laten inzien dat er maar één iemand is die kan helpen, en die vind je terug in de spiegel. Ik heb zelf gemerkt dat het hulpverleningsapparaat goed in elkaar zit. Natuurlijk zijn er ook mensen ontevreden, maar dat heeft vaak te maken met irreële verwachtingen. Als je hulp vraagt, dan is die er en krijg je die. Ik ben blij dat ik nu ook kan teruggeven.’

