8 juni 2021


Zadrach Salampessy (40)
‘Mijn opa Isaac – Sam – Salampessy werd als zogeheten marine-Molukker in 1951 niet ontslagen, zoals de Molukkers die bij het KNIL hadden gediend. Daardoor heerste er in onze familie minder woede en frustratie. Opa werd in 1961 en 1962 uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Zelf heb ik van 1999 tot 2015 diverse ondersteunende functies gehad. Andere culturen en landen fascineren me en ik ben me in Koeweit gaan interesseren voor fotografie; ik kocht een goede spiegelreflexcamera en legde vast wat ik zag. Zodoende kwam ik daarna als militair fotograaf bij 11 Luchtmobiele Brigade.’

Diana Tahamata (47)
‘Naarmate ik ouder word, groeit mijn verbondenheid met mijn Molukse roots, lijkt het; de gezelligheid, de hechte familieband. Misschien is het een reden waarom ik me zo thuis voel bij Defensie. Door alles wat je samen meemaakt worden collega’s een soort van familie, zeker de Molukse – we delen dezelfde geschiedenis.’

Ronald Matulessy (58)
‘Mijn vader Octovianus – Otto – Matulessy, een moedig en fanatiek KNIL-militair, sprak zelden over zijn soldatentijd. Na aankomst in Nederland in 1951 was hij gedemobiliseerd; een zware klap en heel onrechtvaardig. Zijn verleden maakte mij nieuwsgierig naar de militaire dienst. Tijdens mijn opleiding werd ik soms uitgescholden voor ‘treinkaper’, het was vlak na de gijzelingsacties. Dat stelde ik niet op prijs en dat heb ik laten merken ook. Mijn vader vond het dapper dat ik als vrijwilliger naar Libanon ging.’

