25 juli 2022


‘De transitie van militair naar de civiele maatschappij vind ik belangrijk. Overigens geldt dat niet alleen voor de veteraan, maar voor alle militairen en burgerambtenaren die de Defensieorganisatie verlaten. We zijn druk bezig om hier beter vorm aan te geven. Ik pik er twee dingen uit. De systematiek van exit-gesprekken wordt sterk verbeterd. Dat betekent dat iedere militair die de dienst verlaat niet alleen een vragenlijst invult, maar daarna ook een gesprek voert over zijn tijd bij Defensie en reden van vertrek. Dit wordt nu Defensiebreed ingevoerd. Het andere is dat ik voor de jongere militairen die de dienst verlaten informatiebijeenkomsten wil organiseren gericht op de overstap naar de civiele maatschappij. Die bijeenkomst moet bij voorkeur bij het Nederlands Veteraneninstituut in Doorn plaatsvinden. Zo is voor de veteranen meteen een bewustwording van het bestaan van een deze organisatie waar men met vragen terecht kan ook nadat Defensie is verlaten.’
Uit onderzoek van het Expertisecentrum NLVi blijkt dat een deel van de veteranen met uitzendgerelateerde klachten geen hulp zoekt of te lang wacht om aan de bel te trekken als het niet goed met ze gaat. Het is voor veel militairen en veteranen nog steeds een taboe om te erkennen dat ze hulp nodig hebben.
‘Voor een cultuuromslag is een lange adem nodig. Defensie is bezig om psychische problemen in een vroegtijdig stadium bespreekbaar te maken. Het Collegiaal Netwerk Defensie en de Defensie Gezondheidsorganisatie spelen hierin een belangrijke rol. Tegenwoordig wordt hieraan al aandacht besteed in de initiële opleidingen. Daarnaast zijn er ook maatschappelijke bewegingen om psychische klachten bespreek te maken. De publiekscampagne ‘hey, het is okay’ draagt daar bijvoorbeeld aan bij. Verder zie je met het KNAK-initiatief een vorm van collegiale ondersteuning ontstaan waardoor veteranen het gevoel krijgen er niet alleen voor te staan. Dit leidt er toe dat men eerder de weg naar professionele zorg weet te vinden.’
‘Ik vind het heel belangrijk dat veteranen met klachten zich melden bij het veteranenloket om zo toegang te krijgen tot de professionele hulp die ze nodig hebben. Ik ben dan ook blij met het initiatief van het Nederlands Veteraneninstituut met het opzetten van een ‘reach out’ team dat zich met activiteiten richt op deze ‘zorgmijders’. Ik noem ook het werk van de nuldelijnsondersteuning, het Collegiaal Netwerk Defensie, en KNAK. Dit draagt allemaal bij aan het verlagen van de drempel voor de veteraan naar de zorg die hij/zij verdient.’
‘Uit onderzoek blijkt dat veteranen het meest geassocieerd worden met begrippen als plichtsgetrouw, behulpzaam, moedig, daadkrachtig en dapper. De eigenschap ‘psychische problemen’ wordt echter ook genoemd. Een relatief klein deel van de veteranen ondervindt een vorm van psychische problemen als gevolg van de uitzending. Ik vind het belangrijk dat veteranen hun verhaal vertellen. Ik was laatst bij het Veteraneninstituut op bezoek en daar kreeg ik een presentatie over het project Veteraan voor de Klas. Dat is een geweldig initiatief en ik zie graag dat we dat veel meer gaan doen. Meer het contact met de samenleving zoeken, dat draagt zeker bij.’
‘Voor mij staat goed werkgeverschap centraal. Dat heeft ook een prominente plek gekregen in de Defensienota 2022. Een toekomstbestendige krijgsmacht gaat om investeren in onze mensen. Hieronder valt ook de erkenning en waardering van onze veteranen, de ruim 100.000 vrouwen en mannen die hebben gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens missies.
De komende periode staat in het teken van de vernieuwing van het zorgstelsel voor veteranen, in het bijzonder op het gebied van mentale zorg. De maatschappelijke participatie en re-integratie van de veteraan staan hier centraal, gesteund door een modern en transparant stelsel van uitkeringen en voorzieningen.
Tot slot is van belang dat het veteranenbeleid onze veteranen en hun thuisfront ondersteunt. Dat vereist maatwerk, want de veteranengemeenschap is geen homogene groep en is qua samenstelling aan verandering onderhevig. De komende periode wil ik in kaart brengen waar we het huidige veteranenbeleid kunnen verbeteren. Zodat we invulling kunnen blijven geven aan de bijzondere zorgplicht die voor onze veteranen hebben en de verschillende behoeftes die er leven.’
