15 oktober 2021


Charles Janssen (65)
Janssen is stellig: ‘We hebben ons er door Bush en vicepresident Cheney, die er persoonlijk garen bij sponnen, laten inluizen. Met Afghanistan én met Irak. We moesten meedoen aan de “war on terror”, maar wat is dat? We hadden het moeten laten bij het uitschakelen van Bin Laden en Al Qaida. In plaats daarvan gingen we Afghanistan opbouwen. We hadden wijzer moeten zijn. Er is nog nooit iemand geweest die dat land onder controle heeft kunnen krijgen. Laat staan opbouwen naar ons westers model.’

Hedayet Bunyadi (41)
Bunyadi had tijdens zijn missie geen twijfels over het nut ervan. ‘Iedereen zette zich voor 100 procent in. Of het nou ging om wederopbouw, het voorkomen van aanslagen of het verzamelen van informatie. We hadden ook het idee dat we iets aan het opbouwen waren.’
Voor Bunyadi is vooral belangrijk wat ze de mensen mee hebben gegeven. ‘De twintig jaar dat westerse troepen in Afghanistan waren, heeft de bevolking een andere blik gegeven, mensen hebben geroken aan vrijheid en gezien dat het anders kan.’

Wassilios Athanasiadis (45)
Dat het in Afghanistan een moeilijk verhaal zou worden, was hem in 2007 al duidelijk. ‘Wij gingen voor wederopbouw, maar we hebben alleen maar gevochten. Als er een school werd gebouwd, was de kans groot dat de taliban ’m even later kapotschoot.’ Hij zag ook veel corruptie en wanbeheer. ‘Onbemande politieposten omdat er niet werd betaald. Ook toen al waren er onder de veelal door het Westen getrainde Afghaanse politieagenten en soldaten overlopers. De taliban betaalden beter. Dus dat de taliban nu zo snel voortgang hebben boekt, verbaast mij niet.’

Pieter Blonk (37)
‘Het was voor mij duidelijk dat de Afghanen het nog niet alleen konden redden. Maar hadden we er nog eens twintig jaar moeten blijven? Ik weet het niet. En wilden de mensen daar echt een democratie? Ook dat is voor mij een vraag.’ Blonk benadrukt dat hij als militair professional in Afghanistan was en “zakelijk” naar het land keek en kijkt. ‘Maar ik heb zeer te doen met de Afghanen. Er zijn daar veel goede mensen. Ik hoop dat ze het waard vinden om te blijven strijden voor de relatieve vrijheid die we er hebben gebracht.’
Blonk wil nog wel wat kwijt over de plotselinge aandacht van hem vaak onbekende mensen voor zijn ervaringen in Afghanistan. ‘Opeens is men geïnteresseerd, omdat het in het nieuws is. Eerder was die interesse er niet. We zijn te veel belust op sensatie. We zouden meer tijd mogen maken om met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren.’

