

Periode
Ingezette militairen
Omgekomen militairen
Werelddeel
Voor de meeste Nederlandse militairen eindigde de oorlog snel. Dat kwam door de snelle nederlagen tegen Duitsland in 1940 en Japan in 1942. Maar dat betekende niet dat de oorlog voor hen voorbij was. Ruim 20.000 militairen en 12.000 bemanningsleden van de koopvaardij zetten de strijd voort aan de kant van de geallieerden. De Tweede Wereldoorlog eiste een hoge tol. Meer dan 16.000 militairen en gemilitariseerde burgers in dienst van het Koninkrijk kwamen om het leven. Sommigen sneuvelden in gevechten, anderen stierven door honger, ziekte of mishandeling in krijgsgevangenschap.
Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Duitse vliegtuigen, parachutisten en luchtlandingstroepen vielen bruggen en vliegvelden in het westen aan. Tegelijkertijd trokken Duitse troepen via Brabant, de Grebbelinie en de Afsluitdijk het land binnen.
De Nederlandse krijgsmacht bood felle tegenstand. Vooral in Rotterdam, op de Grebbeberg en bij Kornwerderzand werd hard gevochten. Op 14 mei bombardeerden de Duitsers Rotterdam. Nederland gaf zich daarna snel over. Na vijf dagen was de strijd voorbij. In de meidagen sneuvelden ruim 2.200 Nederlandse militairen.
Na de Japanse aanval op de Amerikaanse vlootbasis in Pearl Harbor op 7 december 1941 verklaarde de Nederlandse regering Japan de oorlog. Vanuit Nederlands-Indië hielpen Nederlandse vliegtuigen en onderzeeboten de geallieerden.
In februari 1942 verloor de Nederlandse marine samen met zijn bondgenoten de Slag in de Javazee. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), met ongeveer 40.000 militairen en tienduizenden hulptroepen, kon de Japanse opmars op Java niet stoppen. Op 8 maart 1942 gaf Nederlands-Indië zich over. In deze periode sneuvelden ruim 2.500 Nederlandse militairen. Meer dan 8.000 militairen stierven later in Japanse krijgsgevangenschap.
Een paar duizend Nederlandse militairen wisten in 1940 Uit Nederland en in 1942 uit Nederlands-Indië te ontsnappen. Zij vluchtten naar Engeland en Australië. Ook kwamen er in Engeland Nederlanders aan die uit bezet gebied waren gevlucht (de Engelandvaarders). Daarnaast meldden zich duizenden dienstplichtigen en vrijwilligers die in het buitenland woonden. Nederlandse marineschepen, onderzeeboten en vliegers vochten mee aan geallieerde zijde. Hun inzet was wisselend succesvol.
De Nederlandse koopvaardij leverde de grootste bijdrage aan de geallieerde oorlogsinspanning. Ongeveer 840 Nederlandse koopvaardijschepen met 18.000 gemilitariseerde bemanningsleden vervoerden jarenlang belangrijke goederen. Ze trotseerden gevaarlijke omstandigheden, zoals vijandelijke aanvallen en slecht weer. Bijna 400 schepen gingen verloren. Meer dan 3.400 vaarplichtigen van de koopvaardij kwamen om het leven.
In 1944 en 1945 bevrijdden de geallieerden Nederland. Duizenden Nederlandse militairen hielpen mee. De belangrijkste eenheid was de Prinses Irenebrigade, opgericht in 1941 in Engeland. Deze brigade landde in augustus 1944 in Normandië en trok mee op met de geallieerden door Frankrijk, België en Nederland. Ruim 30 militairen van deze brigade sneuvelden.Ook de kleine commando-eenheid No. 2 Dutch Troop vocht mee. Zij namen deel aan Operatie Market Garden en aan de landing op Walcheren in november 1944.
In september 1944, vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland, ontstonden de Binnenlandse Strijdkrachten. Een belangrijk onderdeel hiervan waren de Stoottroepen, vooral bestaande uit oud-verzetsmensen. Ongeveer 4.000 ‘Stoters’ vochten in Nederland en Duitsland. Bijna 260 van hen sneuvelden.
De strijd in Zuidoost-Azië ging ondertussen gewoon door. Nederlandse troepen – waaronder een aantal vrijwilligers uit Suriname en de Antillen – vochten mee met de geallieerden. Langzaam rukten de geallieerden op richting Japan. De Japanners gaven zich niet zomaar over. Met kamikaze-aanvallen probeerden ze de geallieerde opmars te vertragen. Pas nadat de Amerikanen twee atoombommen op de grote Japanse steden Hiroshima en Nagasaki gooiden, capituleerde Japan op 15 augustus 1945.