Veteranenondersteuner Dré

leesverhaal

2 juni 2026

Dré (67) werkte bijna 38 jaar bij de Koninklijke Luchtmacht. ‘Net toen ik wilde stoppen, startte de Nuldelijnsondersteuning (NOS) 2.0.’ Er kwam een bijeenkomst voor regio- en landelijk coördinatoren. ‘Vanaf dat moment ben ik er actiever mee aan de slag gegaan in de provincie waar ik woon, in Limburg.’
Portret van een man met zonnebril in een groene, heuvelachtige omgeving. Hij staat buiten in de zon, met bomen en een landschap op de achtergrond.
Portret van een man met zonnebril in een groene, heuvelachtige omgeving. Hij staat buiten in de zon, met bomen en een landschap op de achtergrond.

Een nieuwe missie: veteranen helpen na een lange loopbaan

Dré (67) werkte bijna 38 jaar bij de Koninklijke Luchtmacht. Zijn voorlaatste functie was centraal coördinator Veteranen en Postactieven. Deze functie werd eerst ingevuld door twee BDS’ers: militairen met een bepaald contract. Later maakte Defensie er een functie van voor een actief dienende militair. In dezelfde periode kwam via het nationaal Veteranen Platform (nVP) het idee om in heel Nederland veteranenondersteuners op te leiden. ‘Ik zat in de eerste groep,’ vertelt Dré. ‘Ik dacht dat die kennis handig kon zijn voor mijn werk.’

Hij volgde de opleiding tussen 2007 en 2011. Na de opleiding kreeg hij lange tijd geen verzoeken om veteranen te ondersteunen. ‘Net toen ik wilde stoppen, startte de Nuldelijnsondersteuning (NOS) 2.0. ‘Er kwam een bijeenkomst voor regio- en landelijk coördinatoren. ‘Vanaf dat moment ben ik er actiever mee aan de slag gegaan in de provincie waar ik woon, in Limburg.’

Topje van de ijsberg

Voor Dré betekent nuldelijnsondersteuning dat je er bent als collega-veteraan. Iemand die dezelfde soort ervaringen heeft als degene met een hulpvraag. Doordat je allebei bij Defensie hebt gewerkt en op uitzending bent geweest, herken je veel van elkaar. Vaak is het niet nodig dat alles eerst wordt uitgelegd. Dat geldt ook als je elkaar nog niet kent.

Dré’s eigen achtergrond en houding zijn belangrijk in het contact met veteranen. Voor hem staat goed luisteren voorop. Hij heeft wel moeten leren om niet te snel met een oplossing te komen. ‘Militairen zijn vaak gericht op oplossingen,’ zegt hij. ‘Daardoor mis je soms wat er echt speelt.’ Daarom stelt hij nu meer vragen en neemt hij de tijd. Vaak is de eerste hulpvraag niet de echte vraag. Er zit meestal nog iets achter waar iemand niet meteen over praat. ‘Het is vaak maar het topje van de ijsberg.’

Koetjes en kalfjes

Dré kan zich zijn eerste gesprek als veteranenondersteuner nog goed herinneren. ‘Dat was eigenlijk met een oud-collega van mij,’ vertelt hij. Ze hadden samen op vliegbasis Eindhoven gewerkt. Zijn collega was op 52-jarige leeftijd met Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO) gegaan via een regeling bij Defensie. ‘Hij zei toen ook: ze zien mij hier nooit meer terug.’ Na vijf of zes jaar nam die collega weer contact op. Hij vroeg of ze samen een kop koffie konden drinken. Ze spraken af bij een fastfoodketen in Eindhoven. ‘Hij had niet echt een hulpvraag,’ zegt Dré. ‘Hij wilde gewoon weer even praten. Even terugkijken op vroeger.’

Dat gesprek bleef niet bij één keer. Ze bleven elkaar een paar keer per jaar zien. Vaak nam zijn voormalige collega zelf het initiatief. ‘Vanaf dat eerste gesprek bouw je dat langzaam op,’ legt Dré uit. In het begin blijven gesprekken vaak oppervlakkig. ‘Dan gaat het nog over koetjes en kalfjes.’ Maar later verandert dat. ‘Bij een tweede gesprek komen vaak de emoties. Dan vertellen mensen waar ze echt mee zitten of waar ze ’s nachts wakker van liggen.’

Vaak is de eerste hulpvraag niet de echte vraag. Er zit meestal nog iets achter waar iemand niet meteen over praat.

Dré

De eerste stap

Eén ervaring is Dré altijd bijgebleven. Tijdens het maandelijkse overleg met andere veteranenondersteuners uit Team Zuid wordt samen gekeken naar lopende situaties. ‘We bespreken casussen zonder namen te noemen’, vertelt hij. Tijdens zo’n overleg werd een situatie besproken van een veteraan die zorg mijdde. Samen met anderen probeerde hij de veteraan te helpen. De man zat financieel en medisch in de problemen. ‘We hebben ervoor gezorgd dat hij hulp ging accepteren,’ zegt Dré

Het leek de goede kant op te gaan, maar tijdens een vakantie van Dré in Italië kreeg hij plots een noodoproep: ‘Het gaat niet goed met hem.’ Zelf kon Dré niet gaan, maar hij schakelde een collega in. Voor de veteraan kwam dit te laat: hij overleed. Hij bleek ziek, maar had dat aan niemand laten merken. De gebeurtenis maakte veel indruk. ‘Dat heeft mij wel een paar stappen teruggezet in mijn wek als veteranenondersteuner,’ zegt hij. ‘Ik heb me lang afgevraagd: hadden we meer kunnen doen? Maar op dat moment konden we niet meer doen dan wat we gedaan hebben.’

Deze ervaring laat volgens hem zien hoe belangrijk nuldelijnsondersteuning is. ‘Je komt op een laagdrempelige manier in contact met mensen die echt hulp nodig hebben, maar daar zelf nog niet van overtuigd zijn.’ Volgens Dré zit daar de kracht van zijn inzet als veteranenondersteuner. Niet alles oplossen, maar wel dicht(er)bij komen. ‘Wij kunnen makkelijker contact leggen,’ zegt hij. ‘En dat is vaak de eerste stap.’

Een foto van veteranenondersteuner Dré van Hugten.

Andere recente verhalen

Bekijk alle verhalen
Vrijwilliger in opvallende werkkleding helpt mee op het Malieveld tijdens de opbouw van de Nederlandse Veteranendag. Op de achtergrond zijn tenten en materialen voor het evenement zichtbaar.”

Lees verder

Verhaal

1 juni 2026

Het verhaal van Joppe
Joppe (27) begint in juni 2024 aan zijn MDT-missie. Een traject dat onder andere bestaat uit een bivak, een driedaags kamp in Oirschot en een sociale missie, waarbij hij zich veertig uur inzet voor de maatschappij in de vorm van vrijwilligerswerk. Zo komt hij terecht bij het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) én de Nederlandse Veteranendag. ‘Veteranen hebben gevochten voor onze vrede en veiligheid,’ vertelt Joppe. ‘Ik heb daar veel respect voor. Door mee te helpen kan ik iets terugdoen.’