leesverhaal
4 mei 2017


“Ik heb een opa die militair kleermaker was, een oom die diende bij de Royal Air Force in Londen, en dan was mijn tante een van de eerste Marva’s (Marine Vrouwenafdeling). Gezagsgetrouwheid zit blijkbaar in ons bloed. Dat ik zelf in dienst ben gegaan, komt overigens niet door mijn familie. Ik heb die stap volkomen zelfstandig genomen. Zo ging dat ook bij mijn kinderen. Mijn zoon was majoor bij de Luchtmobiele Brigade en mijn dochter was kapitein bij de AAT – logistieke dienst – in Duitsland. We houden gewoon allemaal van dit beroep.”
“Ik heb anderhalf jaar in Nederlands-Nieuw-Guinea gezeten. Tijdens mijn plaatsing in Biak was er behoefte aan een korporaal telegrafist die Maleis sprak. Er waren infiltranten gestrand op de eilandengroep Raja Ampat. Zij moesten verhoord worden. Hoewel ik geen korporaal was, had ik wel de brutaliteit om mij aan te melden. Ik sprak een beetje Maleis en dacht: ‘dit wil ik wel’. Half december vertrok ik en zo verbleef ik als enige blanke op het eiland.
Vlak voor Kerst werd ik weer opgehaald. Ik vierde oud en nieuw in Sorong en werd daarna weer in Biak geplaatst. In die tijd was er geen oorlog. Wel werden er patrouilles gestuurd naar incidenten.”
Hoewel de omstandigheden nogal primitief waren, was het een prettige tijd. Ik maakte alles met mijn maten mee en samen werden we volwassen. Sowieso ben ik iemand bij wie het glas altijd halfvol is, ook als er minder fijne dingen gebeuren.
