leesverhaal
22 juni 2018


“Overal waar je rond Gao kwam waren mensen vriendelijk en voelde je geen gevaar, dit in schrille tegenstelling tot Afghanistan waar alles gevaar uitstraalde.”
“We hebben wel wat raketaanvallen gehad. Dan herken je hetzelfde geluid als in Afghanistan. We lagen in bed en toen hoorde ik ‘boem’ en voelde een lichte trilling. Daarna een tweede ‘boem’. Dan weet je: er is iets niet goed. Een collega van mij werd pas na de derde ‘boem’ wakker. Een keer hoorde we ’s nachts ook een enorme knal. In Gao was de oplegger van een truck geëxplodeerd. Boven de stad verspreidde zich een enorme rode gloed, alsof de zon opkwam. De chauffeur is met die brandende truck vol gas richting ons kamp gereden.”
Als een grote rijdende vuurbal. Honderd meter van de Malinese post is hij eruit gesprongen en is het vuur gedoofd. Gelukkig heeft de Malinese wacht zich beheerst en niet op hem geschoten. Daar heeft hij mazzel bij gehad.

“De hygiëne in de eettent was goed maar het was er zo bloedheet dat je in een sneltreinvaart at. Vooral in het begin was het eten niet echt smaakvol, met de meest rare combinaties als gekookte broccoli en rijst. Een keer is het ze gelukt om pizza te maken, dat was meteen een groot feest.”
“Ik ben een paar keer naar de hoofdstad Bamako geweest.”
Daar rook je van alles; parfum, geslacht vee, de visafslag en het open riool. Maar door al dat stof, de smog en grote temperatuurverschillen sloeg je neus snel dicht.

“Ik nam af en toe ook VIPs mee naar Bamako voor een boottochtje op de rivier. Over VIPs gesproken, koning Willem Alexander is ook nog op ons kamp geweest. Dat was de eerste keer dat ik hem in levende lijve zag. ”
Nederlandse veteranen hebben op bijna elke denkbare plek ter wereld gediend om daar te vechten voor vrijheid, vrede en veiligheid. In de aanloop naar de Nederlandse Veteranendag 2018 op 30 juni a.s. delen we de verhalen van vier veteranen die gediend hebben in de werelddelen Europa, Azië, Midden-Oosten en Afrika.