Sisters in arms: Mirjam en Jendy

leesverhaal

27 juli 2026

Ze houden van de Bölkow-helikopter en koesteren hun vriendschap. Jendy en Mirjam hebben zich zes jaar lang ingezet voor Vrouw en Defensie en droegen vorig jaar het stokje over. Ze bellen elkaar soms urenlang.
Twee personen staan in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg voor een groene militaire helikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Op de achtergrond zijn meerdere historische vliegtuigen en helikopters te zien in een grote, goed verlichte tentoonstellingshal met hoge plafonds. De helikopter vormt het centrale decor van de foto.
Twee personen staan in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg voor een groene militaire helikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Op de achtergrond zijn meerdere historische vliegtuigen en helikopters te zien in een grote, goed verlichte tentoonstellingshal met hoge plafonds. De helikopter vormt het centrale decor van de foto.

Kapitein Mirjam Jansen (53)

Was: OPS 299 Squadron
Is: officier toegevoegd Operation Coordination Center DHC
Missies: Macedonië/Albanië (1999), Kosovo (2000), Kroatië (2001), Afghanistan (2005, 2006, 2007, 2008, 2010)
Mirjam over Jendy: ‘Zij is een pionier, krachtig en heel attent.’

 

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

‘In 1994 bij 299 Squadron. Zij was vlieger, ik kwam binnen als onderofficier OPS en merkte al snel: dit klikt. Wij werkten met de Bölkow-helikopter en vormden later het “Always”-detachement, met een knipoog naar het merk dat de slogan had “voor een veilig gevoel”. Dat stond zelfs op onze badge.’ 

Zijn jullie samen op uitzending geweest?

‘Voor Bosnië hebben we 9 maanden op 72 uur ‘notice to move’ gestaan. Er waren nog geen mobieltjes, dus je moest altijd bereikbaar zijn. Als de telefoon ging op een gek tijdstip, schrok je meteen: dit kan ’m zijn. We wilden graag gaan, iets betekenen voor de bevolking. Uiteindelijk ging het niet door. In 2010 gingen we samen naar Afghanistan. In Kandahar lagen we in dezelfde slaapcontainer en werkten we als liaisonteam in het Canadian Joint Operations Command (CJOC). Dat paste ons goed: snel schakelen, mensen kennen, problemen zien en direct oplossen. Jendy zat in een lastige fase door een zware scheiding, ik had al een zware break-up achter de rug en juist daar vonden we steun bij elkaar. Dan ben je niet alleen collega’s, maar ook elkaars vangnet. Vaak lagen we in bed te kletsen van de hak op de tak. Moest de ene eigenlijk gaan slapen omdat de wekker weer vroeg zou gaan, kwam de ander weer met een nieuw verhaal dat echt nog even gedeeld moest worden. Heerlijk!’

Wat blijft je het meest bij van die tijd?

‘We werkten met alle landen in een opstelling die doet denken aan NASA, een theateropstelling van bureaus en allerlei grote schermen voor ons met informatie over het missiegebied. Het moment dat je tijdens een operatie hoorde “Rolex + nul”. Dan staat alles “aan”. Je voelt de spanning, de focus, maar ook die gezamenlijke energie: dit is waar we altijd voor getraind hebben. Dat gevoel is moeilijk uit te leggen, maar het verbindt enorm.’

We bellen elkaar nog steeds meerdere keren per week.

Majoor b.d. Jendy Jalving (61)

Was: instructeur-vlieger 299 Squadron op de BO-105CB (Bölkow-helikopter)
Is: burger stafofficier Rotary Wing bij Staf CLAS
Missie: Afghanistan (2010)
Jendy over Mirjam: ‘Zij is gedreven, toegewijd en heeft een gouden hart.’

Wat was jullie grappigste of meest absurde moment?

‘Tijdens een Daily Update Brief in het CJOC zat iedereen paraat. Een Estse officier presenteerde en struikelde steeds over “alpha company”, wat in zijn uitspraak “halva company” werd. Het hoofd CJOC riep naar hem: “Speak up!” Hij ging steeds rechter staan en praatte omhoog, tot hij letterlijk op zijn tenen stond. De hele zaal probeerde serieus te blijven, maar we gingen stuk. Dat soort humor heb je echt nodig. Tijdens een briefing meldde iemand ook een keer dat een colonne op een “pleasure plate” was gereden, terwijl zij “pressure plate” bedoelde. De kolonel reageerde bloedserieus en streng, terwijl iedereen wist wat er misging. Naast me gleden mensen van hun stoel van het lachen.’

Wat blijft je het meest bij van die tijd?

‘De geur van de “swamp” in Kandahar, een plek waar alle dixies werden geleegd. Als de wind verkeerd stond, rook je de “poo pond” of “shit pit” op de hele basis. En dat hele fijne stof: als je flitste, zag je niks meer op foto’s. Maar ook de combinatie van alles: de spanning van operaties of als het alarm van de “giraffe” afging voor een inkomende raket en je binnen drie seconden plat moest liggen. En tegelijk de kameraadschap, midden in een oorlog en toch samen lachen.’

Hoe houden jullie de vriendschap sterk?

‘We bellen elkaar nog steeds meerdere keren per week, vaak met beeld. Het voelt dichtbij. We helpen elkaar met werk en privé, die band is gebleven.’

Waar zie je jullie samen over twintig jaar?

‘Wij houden van gadgets, techniek en AI, wij omarmen alles. Ik hoop dat we ooit niet meer hoeven te bellen, maar echt als hologram bij elkaar op de bank zitten.’

Andere recente verhalen

Bekijk alle verhalen
Persoon staat in de open voordeur van een bakstenen woning en kijkt in de richting van de camera. De persoon draagt een donkerblauw pak met een licht shirt en heeft de handen in de zakken. Op de achtergrond is een deel van de hal zichtbaar. Rechts onderin staat een oranje decoratief beeldje van een haas. De foto is gemaakt bij daglicht en toont de entree van de woning als achtergrond.

Lees verder

Verhaal

20 juli 2026

Thuis op de voorgrond: Marjon
Marjon van Griensven (65) woont in Kaatsheuvel en werkt al 35 jaar met veel plezier als woonadviseur bij woningcorporatie Casade. Ze is getrouwd met luitenant-generaal b.d. Hans van Griensven. Ze hebben twee zonen, Tim en Koen. Marjon gaat volgend jaar met pensioen. Ze wil er dan vaker op uit en vrijwilligerswerk gaan doen.