leesverhaal
3 december 2018


In deze film worden drieëntwintig bemanningsleden in hun laatste uren gevolgd, waarbij zij wanhopig wachten op redding, dit terwijl hun zuurstof langzaam opraakt. De Russische regering weigerde vijf dagen lang hulp van buitenlandse overheden voordat zij akkoord gingen met hulp vanuit andere overheden. De film Kursk brengt een menselijke drama in beeld, maar biedt meer. De kijker krijgt namelijk ook een fascinerende inkijk in het spannende leven onder water en de geheimzinnige missies die de onderzeediensten uitvoeren.
Ook de Nederlandse marine heeft al ruim een eeuw onderzeeërs in de vaart. Een daarvan, Hr. Ms. O24, stond tijdens de Tweede Wereldoorlog nota bene onder bevel van een man die jaren later minister-president zou worden, Piet de Jong. Een andere onderzeeër was de Hr. Ms. Dolfijn, een onderzeeboot van de Dolfijnklasse. De Dolfijn werd in 1960 in dienst gesteld en ging in 1962 voor enkele maanden op oefening in het Caraïbisch gebied. Deze oefening veranderde echter al snel in een oorlogspatrouille voor de kust van Nieuw-Guinea. Het intrigerende verhaal hierover van Nieuw-Guineaveteraan Jan Willem is te beluisteren via de digitale Interviewcollectie Nederlandse Veteranen.
Eind 1949 was Indonesië onafhankelijk geworden van Nederland, maar Nieuw-Guinea was om allerlei redenen niet overgedragen aan Indonesië. Dat zorgde voor grote spanning tussen beide landen. Omdat in 1962 de oorlogsdreiging snel toenam, kreeg de Dolfijn de opdracht om koers te zetten richting Nieuw-Guinea. Spanning aan boord was er volgens Jan Willem continue.

Na 25 dagen varen kwam de Dolfijn aan in de wateren rondom Nieuw-Guinea. Het leven op een onderzeeboot kan behoorlijk uitdagend zijn. Er is weinig bewegingsruimte, geen licht van buiten en je bent 24 uur per dag met een vaste bemanning.
Eenmaal in de wateren van Nieuw-Guinea beleefde de bemanning van de onderzeeër al snel één van de spannendste momenten van de reis. De onderzeeër stuitte namelijk op het schip de Multatuli (een Indonesisch troepentransportschip). De commandant van de Dolfijn had toestemming gevraagd om de boot te mogen torpederen, maar die kreeg hij niet. Een maand later werd de vrede getekend. Nieuw-Guinea zou worden overgedragen aan de Verenigde Naties en begin 1963 aan Indonesië. De Hr. Ms. Dolfijn mocht weer naar huis. Opgelucht, maar niet voldaan, want de bemanning had het gevoel de Papoeabevolking in de steek te hebben gelaten.