Rob maakte de genocide in Rwanda van dichtbij mee

leesverhaal

5 oktober 2018

'Ze belden met de noodkreet ‘Komt er al iemand? Ze zitten aan de deur te morrelen.' In april 1994 ontaardt het conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda in een genocide van ongekende omvang. Rob van Putten (60) is dan adjudant van de Canadese luitenant-generaal Roméo Dallaire, de commandant van de United Nations Assistance Mission in Rwanda (UNAMIR) en maakt het van dichtbij mee. Zijn verhaal is nu opgenomen in de Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV).

Zijn verhaal

Van Putten komt op 2 maart aan op het vliegveld in Kigali aan om kapitein Willem de Kant af te lossen. De Kant was vanaf het begin van UNAMIR – nu 25 jaar geleden – de adjudant van luitenant-generaal Dallaire, de force commander van de 2500 man tellende VN-vredesmacht.

Van Putten komt op 2 maart aan op het vliegveld in Kigali aan om kapitein Willem de Kant af te lossen. De Kant was vanaf het begin van UNAMIR – nu 25 jaar geleden – de adjudant van luitenant-generaal Dallaire, de force commander van de 2500 man tellende VN-vredesmacht.

Eerste moorden

UNAMIR betreft een missie, die gericht is op assistentie, op begeleiding, van het vredesproces. Hoewel er formeel een vredesakkoord getekend is tussen Tutsi’s en de Hutu-regering, zijn radicale Hutu elementen in die weken al bezig met de voorbereiding op een coup. Dan breekt de dag van 6 april 1994 aan. Aanvankelijk een dag als alle andere, maar in het begin van de avond, zo ongeveer half negen ’s avonds, krijgt Van Putten bericht dat het regeringsvliegtuig is neergeschoten.

Aan boord van het toestel bevinden zich de Rwandese president Habyarimana samen met zijn collega Ntaryamira uit het buurland Burundi. Direct na het incident verschijnen er soldaten in de straten van Kigali en worden de eerste mensen vermoord. Omdat Van Putten vanaf dat moment een aantal nachten niet slaapt, vindt hij het lastig om alle gebeurtenissen chronologisch juist op een rij te zetten, maar hij herinnert zich in ieder geval dat het als snel duidelijk is dat het goed mis is. “We zagen dat groepen mensen met de handen omhoog of met de handen op het hoofd, apart werden genomen”, aldus Van Putten.

Rob van Putten tijdens het conflict, op stap met een BTR, bemand door militairen uit Bangladesh.

Lijklucht

Wat ook indruk maakt zijn de telefoontjes die Van Putten krijgt van doodsbange mensen. “Dan kreeg ik opeens een fluisterend persoon aan de telefoon die iets zei van ‘hallo, ik zie ze hier en ze lopen om het huis heen. Kan iemand mij komen redden?’. Dat noteer je dan en geef je door, maar je kon niet veel doen. Of ze belden met de noodkreet ‘Komt er al iemand? Ze zitten aan de deur te morrelen.’ En hoe het dan afloopt? Daar kun je alleen maar naar raden. Die situaties, de hulpeloosheid, zal ik nooit meer vergeten.”

Ongekende slachting

Vanaf 7 april loopt het contingent VN militairen achter de feiten aan en kunnen de volkerenmoord, ‘een sinistere orgie van bloed en geweld’ niet tegenhouden. Het VN contingent wordt teruggebracht in grootte en de internationale gemeenschap lijkt niet echt geïnteresseerd in grootschalige hulpacties. Ondertussen vindt er een ongekende slachting van Tutsi’s en gematigde Hutu’s plaats. In 100 dagen tijd vermoorden radicale Hutu’s bijna een miljoen mensen, wat neerkomt op ongeveer één op de tien inwoners van Rwanda. Op 19 april vertrekt Rob van Putten gedesillusioneerd naar Oeganda.

Halverwege oktober verschijnt een langer interview met Rob van Putten in Checkpoint. Ook is zijn verhaal nu hier te beluisteren.

Foto’s: eigen collectie Rob van Putten.

Andere recente verhalen

Bekijk alle verhalen
vrouwelijke veteraan in blauw Veteranentenue. Ze staat buiten met groene bomen en een gebouw op de achtergrond. Ze kijkt met een glimlach naar de camera.

Lees verder

Verhaal

30 april 2026

Veteraan Alice in erecouloir
Voor veteraan Alice krijgt 4 mei een extra persoonlijke betekenis. In de erecouloir op de Dam staat zij niet alleen als veteraan, maar ook als kleindochter van een vrouw die de Japanse interneringskampen overleefde. Missie: UNMEE