leesverhaal
11 juli 2016


Het werk was niet gemakkelijk, er was van alles te weinig: verbandmiddelen, medicijnen, er was te weinig stroom, brandstof, vers voedsel en er kwam geen post door van het thuisfront. De Serven hielden vrijwel alle bevoorrading van de enclave tegen en we waren afgesloten van de buitenwereld.
Na thuiskomst kon ik maar moeilijk mijn draai vinden. Schaamte en gevoelens van schuld beheersten mijn leven zodanig dat ik er ziek van werd. Ik had me zo graag trots willen voelen op wat ik daar in Bosnië gedaan had maar dat lukte me niet. Trots op mijn inzet, ja misschien maar dat telt niet gezien het drama wat er zich daar heeft afgespeeld. De berichten van de media en de veroordelingen van de onwetenden die het allemaal wel wisten wat daar gebeurd en niet gebeurd was maakten me ongelukkig en verdrietig.
Een herinnering die ik maar niet los kon laten was die van een klein jongetje die altijd bij de ingang van het kamp stond. Hij stond daar altijd met zijn vriendjes en ik maakte regelmatig een praatje met hem. Hij had fonkelende oogjes en deed me denken aan mijn eigen jeugd. Zo onbevangen en vrolijk was hij terwijl hij midden in de oorlog leefde en in mijn gedachten zijn toekomst al was ontnomen. Hij gaf me altijd een warm gevoel van binnen.
Ik had hem in gedachten al wel honderd keer over het hek getild en had hem graag uit dit verschrikkelijke gebied willen halen. Pas twee jaar geleden heb ik besloten om naar hem op zoek te gaan, ik had zoveel vragen, wat is er met hem gebeurd? Leefde hij nog? Wat als?

Een herinnering die ik maar niet los kon laten was die van een klein jongetje die altijd bij de ingang van het kamp stond. Hij stond daar altijd met zijn vriendjes en ik maakte regelmatig een praatje met hem. Hij had fonkelende oogjes en deed me denken aan mijn eigen jeugd. Zo onbevangen en vrolijk was hij terwijl hij midden in de oorlog leefde en in mijn gedachten zijn toekomst al was ontnomen. Hij gaf me altijd een warm gevoel van binnen.
Pas twee jaar geleden heb ik besloten om naar hem op zoek te gaan, ik had zoveel vragen, wat is er met hem gebeurd? Leefde hij nog? Wat als?
Met alleen zijn voornaam, zijn naam is Elvir, en een vage foto ben ik naar Srebrenica afgereisd en daar sprak ik iemand die hem van de foto herkende. Hij leefde nog en zou in Nederland wonen. Nu kan en durf ik te zeggen dat er uit de meest heftige en negatieve gebeurtenis uit mijn leven ook iets heel moois is voortgekomen. Elvir en ik ontmoeten elkaar nu regelmatig en er is een bijzondere vriendschap opgebloeid. Respect hebben voor elkaar en geven aan elkaar heeft voor mij een veel grotere betekenis gekregen. Deze vriendschap heeft mij weer het vermogen gegeven om weer met opgeheven hoofd en vol vertrouwen de toekomst in te mogen kijken.
De mislukte missie in Bosnië is voor mij, eenentwintig jaar later, niet iets om trots op te kunnen en mogen zijn, nooit. Maar waar ik nu wel trots op ben is dat ik iedere dag weer, heel bewust, in onze eigen materialistische maatschappij, de rijkdom van het hebben van vrijheid mag ervaren.”