leesverhaal
26 april 2017


“Vorig jaar gingen Monique en ik na dertig jaar op het kerkhof in Haarsteeg nog eens kijken hoe het militaire graf van mijn oom Mari erbij lag,” zegt Mari van Esch. “Als klein manneke fietste ik daar vaak even langs.
“We schrokken ons een hoedje van het graf. Het was vies, overwoekerd. Ik vroeg de parochie wie de rechten eigenlijk had over dit graf. Niemand wist precies hoe het zat.” Mari besloot nu eindelijk eens uit te zoeken wat er gebeurd was met zijn naamgenoot. “
“Midden in deze boeiende zoektocht hoorde ik dat ik niet lang meer te leven heb, door uitgezaaide kanker. Ik kreeg daardoor zelf meer haast bij het uitzoeken, maar wilde absoluut geen misbruik maken van de situatie. Het is ongelofelijk hoe iedereen me geholpen heeft bij deze zoektocht. Stukken waar ik snel kopieën van kreeg, foto’s, informatie, ondersteuning hier in de regio vanuit de Heemkundekring Onsenoort. Het was hartverwarmend.”
In de vroege ochtend van 10 mei 1940, toen de Duitsers de Maas over kwamen om Nederland te bezetten, stond Marinus van Esch – roepnaam Mari – uit Haarsteeg als mitrailleurschutter in een kazemat bij het Limburgse Kessel. “Toen zijn sectie zich wilde overgeven omdat de Duitse overmacht te groot was, zou mijn oom geroepen hebben: ‘Laat mij hier alleen maar verder vechten.’” Zegt Mari. Dat zou te maken hebben gehad met een verkering die uit was gegaan, een verhaal dat in die onrustige oorlogstijd hardnekkig rondgezongen heeft in het dorp.
Maar uit deze brief, die mijn oom op 8 mei 1940 – twee dagen voor zijn dood – aan zijn moeder schreef, lees ik echt iets anders. Mijn oom was daar helemaal niet mee bezig. Hij was militair in hart en nieren en voorjaar 1940 ging hij volledig op in de situatie aan de Maas. Dat dorpsverhaal kan echt de prullenbak in.

“Als oom Mari wilde doorvechten toen de anderen zich zouden overgeven, komt dat ongetwijfeld door zijn karakter en plichtsbesef,” weet Mari nu. “Hij was nog geen week achttien toen hij zich in 1933 in Den Bosch aanmeldde bij de Vrijwillige Landstorm, een vrijwilligersleger dat in de weekends samen militair onderricht kreeg en schietoefeningen deed.”
“Uit de gevechtsverslagen die ik kreeg van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag, blijkt dat we 77 jaar op de verkeerde plaats gezocht hebben. Hij stond in Kazemat G-61, 500 meter van de plek vandaan waar de familie altijd gedacht heeft dat oom Mari omgekomen was. Kazemat G-61 was van metaal. Oom Mari beschoot van daar uit de Duitsers, die met bootjes de Maas over aan het steken waren. Ik las dat pal voor het schietgat van deze kazemat een Duitse brisantgranaat is ingeslagen. Dat waren enorme projectielen, oom Mari moet op slag dood zijn geweest.” De familie heeft later deze helm gekregen van zijn dienstmaten.
Na de oorlog waren er eerst nog jaarlijkse herdenkingen voor oom Mari in de kerk in Haarsteeg, waar de maten van oom Mari bij elkaar kwamen. “En na al die jaren komen we nu in die kerk nog één keer bij elkaar om hem te gedenken,” zegt Mari. “En het mooiste is dat door deze zoektocht nu ook het graf gerestaureerd is. Er is een nieuwe bloemtrommel gemaakt die op het graf is geplaatst, de steen is schoongemaakt en de letters zijn opnieuw ingekleurd. Het is eigenlijk een herbegrafenis, zó voelt het voor mij.
De inwijding van het gerestaureerde graf van Mari van Esch vindt plaats op 10 mei en begint met een plechtigheid om 18.30 uur in de parochiekerk te Haarsteeg.