leesverhaal
22 april 2021


In 1981 kreeg Nieveen de oproep tot dienstplicht en in januari 1982 ging hij op missie naar Libanon, Jabel al Butem. Hij was onderdeel van de pantserondersteuning (PAOST) en was de richter van het mortierstuk. ‘’Als je met de opleiding begint, is het spannend. Als je op uitzending gaat ook. Je weet niet waar je terecht komt, je kent de oorlog alleen maar van horen zeggen. In onze tijd was dat vaak de Vietnamoorlog, maar daar kon je dit niet mee vergelijken. Wat ik bijzonder vond en vind, is de hechte band en vertrouwen binnen het team. Wat hebben we een hoop lief en leed gedeeld.’’ Naast de verbroedering en het kameraadschap zijn er ook andere zaken die indruk gemaakt hebben op Nieveen:
‘’Ondanks de uitrusting had ik soms een sterk gevoel van machteloosheid. Zo moesten wapens teruggegeven worden aan een hoge pief van het hoofdkwartier, terwijl we tussen twee vuren stonden. Dat was zo frustrerend. Ook de relatie met de lokale bevolking was opmerkelijk. Overdag deden we de sociale patrouille in het dorp, maakten we een praatje en dronken we met elkaar thee. En ‘s avonds daagden ze ons elke keer weer uit.’’
Iedere veteraan in het erecouloir staat er met een persoonlijke reden. Dat geldt ook voor de veteranen die dit jaar de erehaag zouden vormen. Zo ook voor Nieveen: ‘’Dat ik dit jaar samen met mijn zoon in het (online) erecouloir mag staan, is zo’n eer. Het was zijn idee, maar ik heb geen seconde spijt. 4 mei heeft een speciaal plekje in mijn hart, ook voordat ik militair was. Mijn vader en moeder waren vroeger zelfs een beetje streng en verplichtten mij om thuis voor de radio of televisie plaats te nemen en stil te zijn. Nu ben ik ze daar dankbaar voor, want dit is ontzettend belangrijk. Ik denk aan degene die zijn omgekomen, aan mijn moeder die de oorlog in Rotterdam heeft meegemaakt en ook in het bijzonder aan de Libanon-veteranen, waarvoor toch enige mate van erkenning en waardering ontbreekt. Maar op zo’n moment maakt het niet meer uit waar of wanneer je gediend hebt, in het erecouloir vorm je een eenheid met alle veteranen. We hebben ons vaderland en koning gediend, ook mijn zoon en ik. Dat maakt het mooi en raakt me.’’
De coronacrisis maakt ook de Nationale Herdenking op de Dam anders: ‘’Ik heb het idee dat er afgelopen jaren meer herdacht wordt. Als ik zie hoeveel jongeren er normaliter op de Dam plaatsnemen om stil te staan op 4 mei, vind ik dat prachtig. Ik ben de tweede generatie na de Tweede Wereldoorlog, maar dan hebben we het inmiddels over de 4e en 5e generatie die daar staat. Dit moeten we met elkaar in ere blijven houden. De coronacrisis mag hier nooit de overhand in krijgen. Ook al kunnen we niet herdenken zoals we gewend zijn, we moeten bewust blijven. We mogen dit nooit vergeten.’’