leesverhaal
6 juli 2018


Michelle: “Oprichter en oud marinier Klaas Orsel wilde graag verjonging binnen de stichting en benaderde mij. Tijdens een veteranendag had ik gemerkt hoe groot de behoefte aan contact met gelijkgestemden is.”
Debbie: “Mijn man is militair en kreeg hierover een brief. Ik had net mijn coachingsopleiding achter de rug en bood mijn hulp aan. Eigenlijk om de zorg voor veteranen op te pakken. Maar voor ik het wist, was ik lid en zat ik vol in de organisatie van de dag nieuwe stijl.”
Michelle: “De eerste keer hadden we maar vier maanden dus het programma was wat summier. Inmiddels is het een hele happening. Heel veel muziek. Allerlei kinderactiviteiten zoals opblaasbare attracties en mini battle tanks. Er staan informatiekramen. Die met de levende reptielen was een groot succes. Nog steeds is er een besloten veteranendeel, maar die is nu voor het hele gezin. De kinderen van veteranen krijgen dankzij gulle sponsoring door plaatselijke middenstand een goed gevulde goodie bag. O ja, op vrijdag is er ook nog een concert voor veteranen en geïnteresseerden.”
Debbie: “We bedenken iets en gaan gewoon aan de slag. Niet te lang nadenken. Hoppa, gaan met die banaan. Thuis moeten ze wel lachen om ons. ‘Laat ze maar stuiteren’, zie je ze denken.’ Michelle vult aan: ‘We doen het niet alleen natuurlijk.”
“We werken ook nauw samen met de evenementencoördinator van de gemeente.”
Debbie: “Zij denkt mee over logistiek en veiligheid. Daar leren we veel van. Op de dag zelf is zij er gelukkig ook.”

“Hij was bij het concert, opent de zaterdag en blijft bijna de hele dag. Vorig jaar liep hij met een rugzak om en helm op rond. Hij is van huis uit geschiedenisleraar, vandaar. We organiseren de dag echt samen met de gemeente. Begin juli is de gezamenlijke evaluatie.”
Debbie: “We hebben de vaste groepjes los weten te weken. Iedereen gaat altijd in de bekende groepjes bij elkaar zitten. Dat vonden we maar stom. Wij doen niet aan rangen en standen. We visten uit wat ieders interesse was, en koppelden daarna veteranen aan elkaar.”
Michelle: “In het begin moest men wel aan ons wennen. We kunnen nogal doordraven en zeggen waar het op staat. Maar inmiddels kennen ze ons. Ze weten dat we niet alleen een grote mond hebben. We krijgen de dingen voor elkaar. Nu begint iedereen te glimlachen als we weer iets bedacht hebben.”
Michelle: “Ik denk dan gelijk aan mijn missie in Pakistan in 2005. Na een aardbeving waren veel mensen dakloos. Een 11-jarig jongetje sprak mij aan. Hij woonde met zijn moeder in een tent. Ik ben veel bij ze op bezoek geweest. Dat ventje maakte mijn tijd daar als ziekenverpleger makkelijker.”
Debbie: “Elke keer wanneer mijn man thuiskomst van een missie is een mooie herinnering.”
Debbie: “Euh nee, geloof het niet. We hebben nog superveel ideeën en gaan gewoon door. Hoewel…, nog wat meer hulp vanuit Defensie zou wel fijn zijn.”