leesverhaal
26 april 2018


In januari 1995 ging Dijkman als bedrijfsmaatschappelijk werker met het 13e Infanteriebataljon van de Luchtmobiele Brigade naar Srebrenica in Bosnië. Het was in het gebied toen al erg onrustig met gijzelingen van Dutchbatmilitairen en verlofgangers die niet werden doorgelaten. Dijkman moest zo goed en zo kwaad als het ging de taken van de legerpredikant en de humanistisch raadsman overnemen omdat beiden terugkomend van hun verlof niet meer in het gebied werden toegelaten door de Bosnische Serviërs. Dijkman:
Hevige schermutselingen, zoals een overval op een Nederlandse eenheid en op een observatiepost, vormden de opmaat voor de grote aanval op 6 juli 1995 door Bosnische Serviërs. “Het was 3.18 uur ’s nachts dat ik wakker schrok van de raketten die over vlogen. We moesten meteen de bunkers in. Ondertussen rende ik van bunker naar bunker om de jongens een hart onder de riem te steken.”
De kogels vlogen over mijn hoofd. Achteraf dacht ik wel ‘idioot, waarom heb je dat gedaan?’ Maar het was gewoon mijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Binnen een paar dagen had de Bosnische Servische generaal Mladic de enclave ingenomen en kwam een enorme vluchtelingenstroom op gang. Alleen al op de compound van de Dutchbatters hadden zo’n 5000 mensen hun toevlucht gezocht. Maar eten en drinken was er niet voor al die mensen. Na overleg op hoog niveau werden de vluchtelingen op gegeven moment door de Bosnische Serviërs met tientallen bussen en vrachtwagens opgehaald om naar het nabije Tuzla gebracht te worden. Dijkman: “Ik stond erbij toen vrouwen en kinderen die bussen in gingen. Het was vreselijk. Net Schindlers List maar dan in kleur. Ondertussen werd verderop nog hevig geschoten. Dat konden we horen. Het was ons wel opgevallen dat er in de stroom vluchtelingen geen mannen in de leeftijd van 16 tot 60 waren.”
De totale machteloosheid van de Dutchbatters in dit drama heeft een enorme indruk gemaakt op Dijkman: “We hadden van de VN geen machtiging om iets terug te doen en we waren veel te licht bewapend. Onze handen waren gebonden. Je kan het vergelijken met een wijkagent in een joelende arena, met aan de ene kant 25.000 Ajax-supporters en aan de andere kant 25.000 Feyenoord aanhangers.”
Het is niet voor niets dat wij destijds de VN het Verenigde Niks noemden.

Dijkman geeft gastlessen op scholen: “Dan vertel ik dat we het nooit meer zo ver mogen laten komen. Als iemand de macht grijpt zijn de andere mensen onmachtig. En macht corrumpeert. Vrede en veiligheid zijn belangrijk, maar dat is niet vrijblijvend. Daarom hebben we een leger, de politie en regels waar iedereen zich aan moet houden.” Op de scholen die hij bezoekt maakt hij nog regelmatig mee dat leerlingen tot een jaar of 16 nog nooit van Srebrenica gehoord hebben. ‘Waar ligt dat?’ Vragen ze dan. “Ik troost me met de gedachte dat ze dat nog in de laatste schooljaren meekrijgen”, vergelijkt Dijkman. Hij voegt toe:
“Toen ik mijn onverbloemde mening liet horen over de klacht van een aantal Dutchbat-3 veteranen die tijdens en na hun uitzending naar Srebrenica hulp en nazorg hadden gemist, werd mij dat niet in dank afgenomen.” Hij benadrukt: “Er was wel degelijk hulp, maar ze waren er toen waarschijnlijk niet toe in staat of wilden het niet. Het machogedrag van militairen zal dat mede in de hand hebben gewerkt. Hulp werd wel geboden maar er was gewoonweg weinig respons.”