leesverhaal
4 mei 2017


“In de hitte van Afghanistan zorgden we dat de F16’s in orde waren. Ik heb daar na de zoveelste raketbeschieting wel gedacht: ‘waarom ben ik hier?’ Zo’n explosie was extra gevaarlijk omdat er overal grind lag. Die steentjes spoten dan als een kogelregen in het rond. Ons werk deden we vooral ’s avonds en ’s nachts, overdag was het te heet.”
Niemand kon je vertrouwen. Elkaar niet, als collega’s, maar ook de eigen familie niet. Piloten kregen in die tijd een kaart mee waar de randen waren afgeknipt, verder dan dat mochten ze niet vliegen. Vrijheid? Vergeet het maar. Deze drie vliegers kregen zo’n enorme schok van wat ze bij ons zagen. Eén van hen zei tegen mij: ‘ik zie nu zelf hoe het hier is, ik hoor je praten, maar het dringt nog niet tot me door’.”
“Ik heb getwijfeld of ik wel genoeg bijzonders had meegemaakt. Een paar foto’s van F16’s laten zien, of van de omgeving van Kandahar, dat leek me wat mager. Maar ik heb ontdekt dat het er bij de speeddates en ook als ‘Veteraan in de Klas’ niet per se om draait wat ik voor spannends te vertellen heb.
Dat is vooral bij kinderen heel belangrijk. Een vraag die regelmatig terugkomt is of ik ooit bang ben geweest. Zo’n onderwerp leg ik dan terug in de klas: wie is er wel eens bang? Ik steek vervolgens alvast zelf m’n hand op, en de juf of meester ook, en dan zie je aarzelend wat vingers in de lucht gaan. Op die manier ontstaat er een gesprek en durven kinderen soms opeens heel open te zijn over een belangrijk gespreksonderwerp als angst. Ik vind dat heel waardevol.”