leesverhaal
4 mei 2017


“Screbrenica, dat is wat de meeste Nederlanders zich van Bosnië herinneren. Maar er is daar zoveel meer gebeurd. De oorlog zelf was al zo’n vijftien jaar voorbij toen ik op uitzending ging. Troepen van de VN en later van de NAVO hadden voor de nodige stabiliteit gezorgd. Wij gingen namens de Europese Unie voor een waarnemingsmissie, geen gevechtsmissie dus. Er waren in die periode verkiezingen, en daardoor was het denkbaar dat emoties weer oplaaiden.”
“Ik heb gevoeld en gezien hoe groot het onderlinge wantrouwen nog was, tussen Kroaten, Bosniërs, Serviërs. Het Kroatische provinciebestuur dat in onze regio de lakens uitdeelde had bijvoorbeeld weinig trek om Servische gemeenten geld te geven.”
Ook hadden bestuurders en burgemeesters de neiging om eigen groepen voor te trekken. Het hoofddoel van een Lothuis is om te zorgen dat het contact tussen burgers en de lokale overheid goed verloopt. Mensen konden bij ons aankloppen als er sprake was van onrecht, in welke vorm dan ook. We rapporteerden aan het hoofdkwartier, onder meer of sprake was van spanningen en illegale activiteiten.

“Vrijheid is ook dat de overheid burgers gelijk behandelt en dezelfde rechten geeft. In Bosnië was dat niet het geval, en ik denk nog steeds niet. Als een oorlog voorbij is, dragen mensen met elkaar nog heel lang de gevolgen. Wie daar graag meer over wil weten, daar deel ik graag mijn ervaringen mee tijdens de speeddates.”
“Naar de buurman kijkt men daar niet om. Je bekommert je alleen om je eigen volk, verder is het ieder voor zich. Ik ben bang dat het nog generaties gaat duren voordat die onderbuikgevoelens verdwijnen. Het duurt lang voordat de structuur van een samenleving weer is hersteld. Letterlijk en figuurlijk.”